Net had ik me geïnstalleerd in m’n eerste eigen huis aan de Leeuwenwerf in voormalig Kattenburg of ik begon al rond te kijken naar iets nieuws. Ondanks de pogingen van mevrouw Christenhuis – een paar deuren verderop in de galerij – om mij via cassettes en handgeschreven briefjes te bekeren tot Jezus en tevens samen ‘snode plannen’ te smeden, was de behoefte aan een grotere ruimte sterker.
Het keerpunt was een licht instabiele buurman op bezoek die in huilen uitbarstte bij het zien van de kratten met elpees die netjes opgesteld in rijen van drie vanaf het raam een deel van de vloeroppervlakte innamen. Het riep het kind trauma bij hem op, dat er geen plek voor hem was en hij er niet mocht zijn.
Sindsdien hield ik nog nauwlettender de wat grotere vrijkomende woningen bij van de corporaties waarbij ik me had ingeschreven. Ik wilde zoveel mogelijk licht en ruimte. Ik bedacht dat ik de meeste kans op licht en uitzicht zou hebben bij woningen aan een plein. Toen er een adres aan het Suikerplein vrijkwam, reageerde ik dan ook direct. Al snel kreeg ik van Lieven de Key een uitnodiging om te komen kijken. Vergeleken met eerder door mij bezichtigde woningen zag dit er nieuw uit. Geen smalle wenteltrap naar boven, maar ruime brede stenen treden. Hoe hoger, hoe meer licht, dat op de vierde etage door een glazen koepel in het dak naar binnen viel.
De woning was de hoogste in het complex. Toen ik via de hal de woonkamer instapte was ik direct verkocht. Een zee van licht viel binnen door het kamerbrede raam, waardoor ik ook permanent zicht op de lucht en de wolken had. Het raam keek ver uit over een gracht met brede kade, die zich uitstrekte tot aan de Houtmankade en uitmondde in het IJ. Over de gehele breedte van het raam en de daarnaast gelegen glazen schuifpui van de keuken liep het balkon van waaruit ik als een burchtheer het gehele Suikerplein kon overzien.
Het complex was gebouwd in de vorm van een grote rotonde op de plaats waar ooit de fabriek had gestaan van de Wester Suiker Unie, bekend van de oranje kartonnen bekers met suikerstroop, die ik traag op pannenkoeken liet lopen.
Links van de voordeur was de ingang naar een ruime slaapkamer waarvan het schuifraam uitkeek op een groot rond speelplein met klimrekken, glijbaan, schommel, wip en op veren kunnende bewegen voertuigjes, waaromheen de appartementen in een ronde boog vierhoog gebouwd waren. De derde deur in de hal, recht tegenover de hoofdingang, gaf toegang tot een ruimte, die eerst een afzonderlijke kamer was geweest, maar door sloop van een tussenmuur nu deel uitmaakte van de woonkamer, die daardoor een riante oppervlakte had gekregen. Hier was meer dan voldoende plek voor mijn uitgedijde verzameling vinyl. Het stond buiten kijf, dit was mijn nieuwe huis.
Wanneer kan ik er in? vroeg ik gretig aan de toezichthouder van corporatie. Ik moest nog even geduld hebben. Het bleek dat er nog twee kandidaten voor mij waren. Laat het niet waar zijn. En … het was ook niet waar. Drie weken na mijn bezichtiging kreeg ik Suikerplein 19 aangeboden door woningbouwvereniging Lieven de Key!
Ik besloot de verhuizing dit keer grootscheeps en voortvarend aan te pakken. Maar de werkelijkheid bleek weerbarstig. In variatie op een andere Alfons: Maar tussen droom en daad staan mensen in de weg en te snel vertrouwen.
Wordt vervolgd
Alfons Roebroek
