14 gemeenten en 15 woningcorporaties in de regio Amsterdam hebben met elkaar afspraken gemaakt over de herziening van de woonruimteverdeling. Daarbij zijn in 2019 via discussiebijeenkomsten en een enquête meningen van bewoners van die gemeenten opgehaald. De huurdersorganisaties in die gemeenten en bij die corporaties zijn niet apart uitgenodigd om mee te denken met of op de hoogte gesteld van het voornemen om de woonruimteverdeling te wijzigen. Dat alleen is al een gemiste kans om te komen tot een gedragen voorstel voor de verdeling van woningen in de regio waar de woning schaarste de grootste is van heel Nederland. Van de mogelijkheid om te reageren heeft Arcade gebruik gemaakt om haar inbreng te delen met de gemeente. 

Deze gemeenten en woningcorporaties willen het systeem van woonruimteverdeling aanpassen omdat het voor woningzoekenden extreem lang duurt voordat zij een woning kunnen vinden.  Er is in de regio Amsterdam sprake van een enorm woningtekort waardoor de rij woningzoekenden alleen maar langer wordt. Dit bemoeilijkt in hoge mate de vestiging van nieuwe huishoudens. Zij zijn pas na vele jaren inschrijving aan de beurt voor een woning. Velen kunnen of willen niet zo lang wachten.

Woningtekort

Het woningtekort laat zich niet snel oplossen, bouwen vraagt een lange adem en kost veel geld. Helaas is er niet gekozen voor een oplossing die ieders kansen vergroot. Er wordt ook niet ingezet op behoud van sociale huurwoningen door een stop op verkoop, liberalisatie en toeristenverhuur in te zetten.

Er is geen ingezet op maatregelen die leiden tot meer doorstroming. Het verleiden van ouderen om te verhuizen is echt te beperkt. Er is niet gekozen voor een systeem dat kleinere stappen in de woningcarrière mogelijk maakt. Door twee huishoudens die samen gaan wonen hun inschrijfduur op te laten tellen, of door het mogelijk te maken dat je niet al je inschrijfduur (soms 20 of 30 jaar) op hoeft te geven voor een woning die minder gewild is. Dat is jammer en dit creëert een tegenstelling tussen starters en doorstromers. Die tegenstelling bestaat in werkelijkheid niet. Beiden hebben behoefte aan versnelling, soms met spoed een andere woning nodig en vallen niet onder een urgentie categorie.

De huidige werkwijze bij het verdelen van woningen is in de kern eenvoudig. Het is helaas door extra afspraken en regelingen wel al behoorlijk ingewikkeld. Er zijn 5 urgentiecategorieën, rampspoed, statushouders, uitstroom maatschappelijke opvang, medische of sociale noodzaak en stadsvernieuwing. Daarnaast zijn er nog doelgroep regelingen en voorrangsregelingen om doorstroom te bevorderen. In het voorgestelde woonruimteverdeelsysteem komen daar nog twee mogelijkheden bij om sneller aan een woning te komen: haast en een onhoudbare situatie.

Voor uitsluitend haast kunnen woningzoekenden door heel actief te zoeken per maand een punt verdienen tot maximaal 30 punten (gelijk aan 30 jaar inschrijving)

Onhoudbare situaties zijn er in drie varianten: scheidende partners met kinderen; gezinnen die inwonen bij een ander huishouden; jongeren die problematisch thuis wonen (zij hebben een probleem of zijn een probleem).

De bezwaren van HV Arcade op een rij

Toegankelijkheid systeem

Het systeem wordt erg ingewikkeld. Het is ook geheel gericht op benadering via digitale kanalen. Dat maakt het voor de groep woningzoekenden die niet digitaal is aangesloten, ontoegankelijk. Een deel van die groep heeft geen computer maar wel een smartphone, en kan via apps wel goed digitaal mee. Het advies van Arcade is dan ook: zorg dat het nieuwe systeem in elk geval ook via een goedwerkende, goed beveiligde app toegankelijk is.

Er zullen altijd mensen zijn die helemaal geen gebruik kunnen of willen maken van digitale middelen. Zorg dat het systeem ook altijd analoog te benaderen is, via een loket of via de telefoon.

Zorg daarnaast voor voldoende professionele ondersteuning voor de woningzoekenden die het systeem niet kunnen begrijpen. Daarvoor is namelijk een behoorlijk verstandelijk vermogen nodig en lang niet alle woningzoekenden zijn daarmee uitgerust.

Een laatste knelpunt bij de toegankelijkheid is dat woningzoekenden die de mogelijkheid tot het sparen van situatiepunten wordt ontzegd ergens terecht moeten kunnen met hun bezwaar. Dit geldt niet alleen voor de jongeren, er zijn ook veel gezinnen waar de gevraagde documentatie voor de situatie ‘gescheiden met kinderen’ niet aanwezig of compleet is; bij inwonende gezinnen komt het geregeld voor dat de inschrijving op het feitelijke adres niet mogelijk is.

Arcade concludeert dat de ontoegankelijkheid van het nieuwe systeem grotere kansenongelijkheid met zich meebrengt tussen degenen die digitaal, systeem- en sociaal vaardig zijn en degenen die dat minder of niet zijn. De woningzoekenden die minder vaardig zijn, zijn op deze manier afhankelijk van instanties en/of informele sociale netwerken. De geboden oplossingen zijn een pleister op de wonde.

Arcade vindt dat daardoor bepaalde mensenrechten die in verdragen beschermd worden (bijvoorbeeld het VN verdrag handicap), in het geding kunnen zijn. Om te voorkomen dat er regelgeving van kracht wordt, die op gespannen voet staat of in strijd is met mensenrechten(verdragen), willen wij de gemeenten en corporaties vragen om op voorhand een verzoek in te dienen bij het College voor de Rechten van de Mens om een ‘oordeel omtrent eigen handelen’ aan te vragen over aspecten en consequenties vanuit mensenrechtelijk perspectief van deze nieuwe regelgeving in Woningnet voor woningzoekenden.

Balans in het systeem

Naast de inschrijfduur, die gelukkig een onderdeel blijft uitmaken van het nieuwe systeem van punten, worden er twee soorten punten toegevoegd.

De situatiepunten:

Dit geldt voor gezinnen die inwonen bij een ander huishouden. Daarvoor worden wel eisen gesteld als inschrijving op dat adres. Dat is niet altijd mogelijk voor deze gezinnen. Hun feitelijke situatie is dat ze inwonen bij een ander huishouden, hun papieren situatie is dat ze dakloos zijn. Ze staan niet of op een nepadres ingeschreven. Zij zullen dus geen situatiepunten kunnen sparen.

Een vergelijkbare situatie doet zich voor bij gezinnen die uiteenvallen en waar kinderen bij betrokken zijn. Ook daar zijn ongedocumenteerde gezinnen bij, geen huwelijk, geen partnerschap geen ouderschapsplan, wel uit elkaar en wel co-ouder.

Het zou goed zijn als voor deze gezinnen een beroepsprocedure bestaat die hun werkelijke situatie beoordeelt en niet de papieren werkelijkheid.

Zoekpunten:

In 2,5 jaar tijd kun je veel zoekpunten vergaren, net zo veel als 30 jaar op een andere woning wachten. De vraag is of dit in balans is.

Arcade constateert ook dat de inschrijfduur, die de woningzoekenden vier jaar geleden nog is gegarandeerd, en waarvoor inschrijfgeld wordt betaald, behoorlijk aan waardeverlies onderhevig is met de invoering van dit systeem. Voor vele woningzoekenden die een betere woning zoeken en daar punten (lees jaren) voor sparen, zal dit een onaangename verrassing zijn. Zij krijgen minder perspectief op verbetering in hun woonsituatie.

Beperkt aanbod:

Dit voorstel vervangt de onbalans in het huidige systeem (nieuwe huishoudens in Amsterdam vinden vrijwel geen plaats) voor een andere. Bewoners met een goede reden om te verhuizen (gezinsuitbreiding of juist krimp, wijziging in de financiële situatie en dergelijke) zullen (nog) langer moeten wachten. Hun zoekwens overlapt in bepaalde mate met die van de mensen in een knellende situatie die nu een verbeterde positie krijgen.

Arcade betwijfeld of dit in de geest van de huisvestingswet is. Die schrijft voor dat regulering van de verdeling van woningen alleen mag als deze regulering noodzakelijk en effectief is. Arcade heeft twijfels over effectiviteit van deze regulering aangezien de gemiddelde wachtduur eerder zal oplopen dan afnemen. Starters krijgen immers meer woningen toegewezen waardoor er nog minder woningen beschikbaar zullen zijn dan nu. Door zo vele mensen een vorm van voorrang te verlenen verdwijnen de woningzoekenden die geen aanspraak kunnen maken op enige voorrangsregeling geheel uit beeld. Hun kansen op een (beter passende) woning worden gereduceerd tot 0.

De oplossing voor de disbalans is een rekenkundige. Woningzoekenden met situatiepunten kunnen op de helft van de via de media (woningnet) aangeboden woningen hun situatiepunten inzetten. Dit leidt tot vreemde situaties waarbij soms voor gelijke woningen de kansen van een woningzoekende enorm uiteen kunnen lopen. Dat is voor de woningzoekende in kwestie  nog maar amper te begrijpen. Deze rekenkundige oplossing kan tot veel vragen leiden. Er is een beter uitlegbare en menselijker manier nodig om de ‘gewone’ doorstromer te beschermen tegen de scheefgetrokken concurrentie van nieuwe huishoudens.

Straf en wijze van aanbieden

Een geheel andere disbalans is die tussen de straf voor de woningzoekenden voor weigeren of niet naar een bezichtiging komen en de zeer beperkte eisen aan de woningaanbieder om een advertentie voor de woning zo op te stellen dat op basis daarvan een oordeel over de geschiktheid van de woning kan worden gegeven.

De woningzoekende moet binnen een week tijd vrij maken op een werkdag, en dat vier keer per maand. De woningzoekende moet namelijk op korte termijn beschikbaar zijn voor een bezichtiging. Niet naar een bezichtiging gaan kost altijd minstens een punt. Drie keer een woning weigeren kost zelfs alle punten.

De eisen aan de advertenties worden echter nauwelijks strenger dan ze nu zijn. Een foto van de gevel en een plattegrond zonder verdere eisen daaraan. De woningzoekende moet daarop beoordelen of zij/hij gaat reageren, maar of de woning geschikt is kan zij/hij op basis daarvan niet beoordelen. Dat zal dus in een flink aantal gevallen leiden tot teleurstelling en weigering en verlies van punten of aanvaarding van een ongeschikte woning uit nood. De woningzoekende zal niet tevreden zijn over de resultaten en meteen weer als nieuwe woningzoekende inschrijven.

Dan is er ook nog de praktijk dat soms kandidaten op het laatste moment horen dat de woning toch niet verhuurd gaat worden. Dan weigert de aanbieder dus de eerstaangewezen kandidaat.

Van de aanbieders mag worden verwacht dat, als zij minder weigeringen willen, ze het aanbod daadwerkelijk verbeteren. Dit door middel van een duidelijk beeld van de binnenzijde van de woning en een goede plattegrond die leesbaar is voor vrijwel alle woningzoekenden. Daarnaast moeten zij een aanbod altijd gestand doen. Dus eenmaal op WoningNet aangeboden, kan de woning niet teruggetrokken worden zonder gevolgen voor de aanbieder.  Een compensatie voor de woningzoekende die met een teruggetrokken aanbod wordt geconfronteerd zou op zijn plaats zijn.

Tijdelijke verhuur

In het voorstel staat dat er een vangnet moet komen voor jongeren die met tijdelijke contracten uitstromen uit jongerenwoningen. Dit geeft aan dat (veel) jongeren niet zelf een andere woning kunnen vinden nadat hun tijdelijke huurcontract van vijf jaar is afgelopen. Deze tijdelijke contracten lossen dus niet het probleem van de jongeren op. Het veroorzaakt een nieuwe probleem, vijf jaar later. Voordat er meer tijdelijke contracten worden ingezet is het noodzakelijk om het nut en het effect van deze contracten, inclusief die voor jongeren, grondig te evalueren.

Ten tweede wordt er gesteld dat er binnen de experimenteerruimte in huisvestingsverordening tijdelijke woningen aangeboden mogen worden voor spoedzoekers. Dit moet dan met de twee jaar contracten (zelfstandige woningen) of vijf jaar contracten (onzelfstandig). Dit is een beweging die ingaat tegen de impliciete conclusie uit het eerste deel van dat hoofdstuk. Immers jongeren kunnen na 5 jaar geen vervangende woonruimte vinden, spoedzoekers zouden dat dan twee jaar wel kunnen.

Steeds meer huurders komen in onzekere, onveilige woonsituaties terecht door de enorme schaarste. Dat is geen oplossing. Besteedt de energie en middelen niet aan tijdelijke stoplappen, maar aan structurele oplossingen voor het woningtekort. Biedt huurders een veilige woonomgeving aan door een contract voor onbepaalde tijd. Dat geeft rust, veiligheid en zekerheid.

Samenvattend

Arcade concludeert dat dit nieuwe systeem de echte knelpunten in de doorstroming in de woningmarkt niet oplost. Het verbetert voor een paar groepen de toegankelijkheid. Het sluit tegelijk grote kwetsbare groepen uit door het systeem voor hen ontoegankelijk te maken.  De geboden oplossingen zijn onvoldoende. Daarnaast draagt de wijziging in het systeem niet bij aan de oplossing van het werkelijke probleem, namelijk het woningtekort.

Het systeem is  onevenwichtig en biedt de Amsterdammer te weinig mogelijkheden voor een wooncarrière in de stad. Een verzoek  bij het College voor de Rechten van de Mens om een ‘oordeel omtrent eigen handelen’ aan te vragen over aspecten en consequenties vanuit mensenrechtelijk perspectief van deze nieuwe regelgeving in Woningnet voor woningzoekenden, lijkt dan op zijn plaats.

Het kabinet informeert over nieuwe wetgeving via een zogenaamde internetconsultatie. Er is dan gelegenheid om te reageren op een wetsvoorstel. Op die manier kan worden bijgedragen aan verbetering. Zo zijn de veranderingen van de Woningwet en de bijbehorende BTIV ook voorgelegd. Arcade heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt en gereageerd. 

We geven aan dat wij grote zorgen hebben over de richting van het voorstel als geheel en de consequenties daarvan.

Vervallen instemmingsrecht huurders bij interne fusies en splitsingen

De positie van huurdersorganisaties is in de Woningwet 2015 aanmerkelijk versterkt naar aanleiding van de Parlementaire Enquêtecommissie Woningcorporaties 2014. Een belangrijke versterking betrof het instemmingsrecht van huurders op fusies, juridische splitsingen en verbindingen. In de concept wijziging Woningwet is voorgesteld om het instemmingsrecht van huurdersorganisaties bij fusies tussen toegelaten instellingen en dochters te laten vervallen. Tussen dochters en verbindingen onderling is zelfs geen toestemming van de minister meer nodig. Ook indien het dochters en/of verbindingen van verschillende toegelaten instellingen betreft.

De consequenties van het laten vervallen van dit instemmingsrecht worden volgens Arcade onvoldoende toegelicht in de concept memorie (en nota) van toelichting van de Woningwet en BTIV. Arcade zal hieronder toelichten aan de hand van haar eigen casus hoe belangrijk het instemmingsrecht voor huurdersorganisaties is. De casus betreft een geschil van Arcade met de Aw/minister over het besluit om de hybride scheiding van woonstichting De Key goed te keuren.

Rechtszaak Arcade inzake het goedkeuringsbesluit van Autoriteit Woningcorporaties hybride scheiding De Key

Arcade is begin 2018 in bezwaar gegaan tegen de goedkeuring van de Aw met betrekking tot de hybride scheiding van Woonstichting De Key. Een belangrijke reden hiervoor was dat er onvoldoende rekening gehouden was met de belangen van de huurders die opeens Lieven de Stad BV als verhuurder hadden. Een hybride scheiding is volgens de Aw een combinatie van een administratieve scheiding en een juridische scheiding. Deze kent echter geen wettelijke grondslag, maar betreft een constructie van een administratieve scheiding en een juridische splitsing. Op 14 november 2019 heeft de rechtbank Amsterdam Arcade in het gelijk gesteld.

Kort gezegd komt de uitspraak erop neer dat:

  • De figuur van de hybride scheiding in strijd is met het doel van de Woningwet. Het doel is het creëren van transparantie bij het scheiden van de DAEB en de niet-DAEB activiteiten. Dit om te voorkomen dat gemeenschapsgelden oneigenlijk worden gebruikt voor commerciële activiteiten.
  • De regels zoals opgenomen in de BTIV dienen hun grondslag te vinden in de Woningwet. Voor zover de hybride scheiding in het BTIV nader wordt omschreven, is dit niet in overeenstemming met de wet. Dit geldt eveneens voor het door de Aw gehanteerde toetsingskader waarin de hybride scheiding als variant is opgenomen.
  • Ook bij een strikt juridische scheiding (artikel 50A Woningwet) is het instemmingsrecht zonder enige beperking van overeenkomstige toepassing.
  • In het geval van De Key is de route van de administratieve scheiding met een juridische splitsing als bedoel in artikel 53 lid 6 Woningwet gevolgd. Het instemmingsrecht van de huurders is op de juridische splitsing van overeenkomstige toepassing.

Consequenties vervallen instemmingsrecht fusies

De eerste consequentie is dat huurdersorganisaties minder zeggenschap krijgen. De achtergrond van het instemmingsrecht was om tegenspraak en weerwerk te leveren met als doel een bijdrage te leveren om hun corporaties op het goede spoor en rechte pad te houden. Arcade ziet niet in waarom dit anno 2020 van minder belang zou zijn dan in 2015.

Het feit dat corporaties voor fusies tussen dochterondernemingen en/of verbindingen, zelfs met dochters en verbindingen van andere corporaties, niet alleen geen instemming meer nodig hebben van hun huurdersorganisaties, maar ook geen goedkeuring van de minister, baart zorgen. Daarmee verwatert het aandeel in zo’n fusieonderneming en daarmee de zeggenschap die een corporatie nog kan uitoefenen.

Artikel 53 Woningwet ziet niet alleen op fusies maar ook op juridische splitsingen. De gevolgen voor het laten vervallen van het instemmingsrecht voor fusies heeft ook gevolgen voor het instemmingsrecht voor juridische splitsingen en voor de strikt juridische scheiding. Arcade constateert dat voor de strikt juridische scheiding het instemmingsrecht van huurdersorganisaties komt te vervallen. Arcade vindt dit een ongewenste ontwikkeling omdat dit interfereert met het geschil dat zij heeft met de Aw over de hybride scheiding. Voor interne juridische splitsingen vervalt het instemmingsrecht eveneens door schakelbepalingen.

In de memorie van toelichting wordt over het vervallen van het instemmingsrecht zowel voor de juridische scheiding (artikelen 50A, 50B en 50C Woningwet) als de juridische splitsing (artikel 53 lid 6 (nu), lid 8 (nieuw) Woningwet) niets vermeld. Een nadere toelichting van de minister op dit punt, ook in relatie tot de door Arcade gewonnen rechtszaak, is op zijn plaats.

Het instemmingsrecht heeft zijn waarde bewezen in de  gevoerde rechtszaak. Hierdoor is boven tafel gekomen dat er een dochteronderneming is opgericht die zwaar gesubsidieerd is door de DAEB tak. Naar de mening van Arcade is in de dochter vastgoed ondergebracht tegen te lage waardering en is een interne lening opgevoerd tegen een rentevoet die nog niet de helft bedraagt van welke De Key zelf betaalt voor haar geborgde leningen.

De DAEB tak is graatmager achtergebleven en balanceert de komende jaren nog op het randje van levensvatbaar. Zowel de administratieve niet-DAEB tak als Lieven de Stad BV floreren en doen het aanmerkelijk beter dan is voorgespiegeld in de scheidingsvoorstellen. Behalve het terug betalen van de interne lening, is De Key niet voornemens om dividend uitkeringen te doen van Lieven de Stad BV aan Woonstichting De Key. De huurders betalen het gelag, enerzijds omdat er te weinig geld is voor onderhoud en verbetering, anderzijds doordat er geen ruimte is voor een algehele huurmatiging. Als het instemmingsrecht niet zou hebben bestaan, zou dit geruisloos zijn gepasseerd. Het is niet voor niets dat destijds de parlementaire enquêtecommissie heeft geadviseerd zoals zij heeft geadviseerd. Arcade pleit daarom voor behoud van het instemmingsrecht van huurdersorganisaties. Zowel op de juridische scheiding als op alle soorten fusies en juridische splitsingen.

Doorontwikkeling toezicht Aw en de weging van huurdersbelangen

De regering wil meer ruimte bieden voor risicogericht toezicht op basis van op principes ingerichte regelgeving. Gezien haar ervaring vreest Arcade dat de belangen van huurders als primair belanghebbenden in toenemende mate ondergeschikt zullen worden gemaakt aan de belangen van woningcorporaties. In een brief van 26 november 2019 schrijft de minister dat een inrichting op basis van principes vanzelfsprekend niet betekent dat de Aw toestemming kan geven om van de wet af te wijken. De uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 14 november 2014 toont het tegendeel aan. Namelijk dat de Aw namens de minister geen belemmering heeft gezien om af te wijken van de wet en om onrechtmatig te handelen. Er is creatief omgesprongen met de Woningwet.

Een verruiming van de weging van huurdersbelangen bij ingrijpende besluiten zou eerder op zijn plaatst zijn. Dat zou aan de orde kunnen zijn als er bijvoorbeeld sprake is van complexmatige verkoop aan een private partij. Of als er sprake is van overheveling van bezit naar dochterondernemingen. Dit zou ook niet mogelijk moeten zijn voordat de huurders die in die complexen wonen op de hoogte zijn gesteld. Ook moeten zij in de gelegenheid gesteld zijn om, al dan niet in gezamenlijkheid, minimaal een zienswijze in te dienen en voorwaarden kunnen stellen om hun belangen veilig te stellen.

Het zou niet uit moeten maken bij zulke ingrijpende besluiten of er al dan niet een bewonerscommissie actief is. Bewoners moeten zich in zo’n geval adhoc kunnen organiseren en daar ruim de tijd voor krijgen. De belangen van huurders betreffen bijvoorbeeld afspraken die in het verleden zijn gemaakt. Afspraken met betrekking tot het gebruik van het complex of over de toekomstige huurverhogingen. Die kunnen bij een private partij hoger uitvallen. Of afspraken over andere regelingen waarvoor huurders bij toegelaten instellingen wel in aanmerking komen en bij een private partij niet.

In geen geval zou de Aw ooit een goedkeuringsbesluit mogen nemen zolang niet is vastgesteld dat de toegelaten instelling de belanghebbende huurder(sorganisatie) op tijd, juist en volledig heeft geïnformeerd. En zo de huurder(sorganisatie) naar behoren in staat is geweest om zich erover uit te spreken.

Maatschappelijk Onroerend Goed en verhuur van ateliers aan natuurlijke personen

Arcade is verheugd dat corporaties opnieuw in ruimten voor kleinschalige culturele activiteiten zoals bijvoorbeeld ateliers mogen investeren. Ook het feit dat deze verhuurd mogen worden aan natuurlijke personen, zien wij als een verbetering. Wel vraagt dit om een nadere duiding. Duiding over wat verstaan wordt onder op het maatschappelijk belang gerichte werkzaamheden zonder daarbij commerciële doelstellingen te hebben. Dit lijkt een oneigenlijke eis. Wordt aan een natuurlijk persoon verhuurd, dan zal  kwalificeert de belastingdienst zijn of haar inkomen altijd als ‘winst uit onderneming’. De natuurlijke persoon moet wel in staat worden gesteld om een inkomen te verwerven. Hij of zij moet in een zelfstandig bestaan kunnen voorzien.

Het kabinet informeert over nieuwe wetgeving via een zogenaamde internetconsultatie. Er is dan gelegenheid om te reageren op een wetsvoorstel. Op die manier kan worden bijgedragen aan verbetering. Zo zijn de veranderingen van het wetsvoorstel om de toegang tot de sociale huur én de inkomensafhankelijke huurverhoging voor middeninkomens in de sociale huursector ook voorgelegd. 

Arcade heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt en gereageerd. We geven aan dat wij grote zorgen hebben over de richting van het voorstel als geheel en de consequenties daarvan. Verder vragen wij aandacht voor de juridische houdbaarheid van het voorstel als het gaat om de inkomensafhankelijke huurverhoging in relatie tot het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM).

Arcade deelt de vele bezorgde reacties vanuit huurdersbelangenorganisaties en individuele huurders op de internetconsultatie van dit wetsvoorstel. Het gaat om vergaande voorstellen die grote consequenties kunnen hebben voor woningzoekenden en huurders. De te bereiken doelen zijn arbitrair en wij voorzien dat de effecten van de maatregelen averechts uitpakken. De voorstellen bieden geen goede oplossing voor de noden op de (Amsterdamse) woningmarkt.

Een van die reacties is de kritische reactie die Stefan van Schaik, directeur-bestuurder van Wooncompagnie heeft opgesteld samen met 36 directeur-bestuurders van andere corporaties. Zij hebben verleden jaar het pleidooi – een huurwoning, geen voorziening maar een thuis’ geschreven.

Arcade deelt hun bezorgdheid over de ontwikkeling van de corporatiesector die met dit wetsvoorstel weer een stapje verder gaat, namelijk naar wat de initiatiefnemers van het ‘Manifest Passend Wonen voor ogen hebben; een verdere flexibilisering van de woningmarkt. Het huurcontract voor onbepaalde tijd voor sociale huurders moet volgens de initiatiefnemers van het Manifest op de schop.

Woonzekerheid is basis voor stabiele samenleving

Arcade heeft met name gereageerd op juridische houdbaarheid van het voorstel. Het huurrecht kent een lange traditie om de rechten van huurders te beschermen. De bescherming van de zwakke partij, waartoe de huurder wordt gerekend, is ook de rode draad in boek 7 BW. Rechtszekerheid oftewel woonzekerheid is een sterk beginsel van het huurrecht.

Huurcontracten voor woningen zijn in beginsel voor onbepaalde tijd. De samenleving heeft daar belang bij. Woonzekerheid geeft stabiliteit aan mensen, en aan gemeenschappen en daarmee aan de samenleving. Woonzekerheid moet dan ook gezien worden als onderdeel van het huurcontract. Daar komt bij dat huurders bij het tekenen van dat contract niet konden voorzien dat de woningcorporaties de spelregels zouden willen wijzigen.

Inkomensafhankelijke huurverhoging en het Europese Verdrag de Rechten van de Mens

Het doel van het veranderen van die spelregels is om door financiële prikkels, de inkomensafhankelijke huurverhoging, huurders te bewegen om hun huurcontract op te zeggen en andere woonruimte te zoeken. Dit is allerminst een keuze, zeker in de Randstedelijke omgeving waar nagenoeg geen goed alternatief aan woonruimte voorhanden is.

Met deze financiële prikkels wil de minister de woningcorporaties toestaan om vergaand in te grijpen op het besteedbaar inkomen van haar huurders. Wat Arcade mist in is hoe dit zich verhoudt met de Europese Verdrag van de Rechten van de Mens.

Arcade vindt ten minste artikel 1 eerste protocol EVRM (recht op eigendom) en artikel 8 EVRM (recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie) van belang. Deze artikelen beogen bescherming en waarborgen wanneer inbreuk gemaakt wordt op de rechten van mensen. Daarom is het van belang dat de regering in het wetsvoorstel hier aandacht aan besteedt.

Artikel 1 eerste protocol EVRM (artikel 1 EP EVRM) – bescherming van eigendom:

“Iedere natuurlijke of rechtspersoon heeft recht op het ongestoord genot van zijn eigendom. Aan niemand zal zijn eigendom worden ontnomen behalve in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de wet en in de algemene beginselen van internationaal recht.

De voorgaande bepalingen tasten echter op geen enkele wijze het recht aan, dat een Staat heeft om die wetten toe te passen, die hij noodzakelijk oordeelt om het gebruik van eigendom te reguleren in overeenstemming met het algemeen belang of om de betaling van belastingen of andere heffingen of boeten te verzekeren.”

Zoals de corporatiebestuurders in 2013 als gevolg van de Wet Normering Topinkomens (WNT) een ingreep op hun inkomen onder de reikwijdte van artikel 1 EP EVRM hebben kunnen brengen, kunnen huurders dat evenzogoed met de ingreep op hun huren. De inkomensafhankelijke huurverhoging heeft feitelijk een beoogd effect op de besteedbare inkomens en kan dientengevolge ook onder de reikwijdte van artikel 1 EP EVRM worden gebracht. Als ‘eigendom’ in de zin van artikel 1 EP worden beschouwd rechten en belangen die een vermogenswaarde vertegenwoordigen. Omdat de hoofdregel is dat huurcontracten van woningen voor onbepaalde tijd worden afgesloten, is ‘eigendom’ daarvan in de zin van artikel 1 EP EVRM voldoende zeker.

Artikel 8 EVRM – Recht op eerbiediging van privé familie- en gezinsleven:

  1. Een ieder heeft het recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.
  2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Artikel 8 EVRM is ten eerste vanwege het sturen op doorstroming oftewel het potentiele verlies voor huurders van hun woning in het geding. Daarnaast is de privacy van huurders in het geding omdat woningcorporaties steeds specifiekere inkomensgegevens van haar huurders nodig hebben.

Bezwaren van Arcade wetsvoorstel inkomensafhankelijke huurverhoging

Eén van de doelen van deze verstrekkende inkomensafhankelijke huurverhoging is dat huurders financieel geprikkeld worden zodat zij gaan kiezen om een andere woning te zoeken. Een verhuizing is een ingrijpende gebeurtenis in een mensenleven, zeker als dit niet geheel vrijwillig gaat. Het doel van doorstroming lijkt ons aanvechtbaar omdat het ten eerste lang niet altijd uit vrije wil van de huurder geschiedt. In Amsterdam zullen vele woningen meer dan € 1000, – en mogelijk zelfs boven de € 1200,- uit kunnen komen. En er is allerminst gegarandeerd dat de huurder de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelsel op kan brengen.
De terugvaloptie na inkomensterugval gaat niet verder terug dan drie jaar achtereenvolgende huurverhogingen. Die biedt dus geen garantie dat de huurder in zijn woning kan blijven wonen. Voor een nieuwe woning is de huurder dan afhankelijk van het systeem van woningverdeling in de woonplaats. Dat dit in Amsterdam geen uitzicht biedt op woonruimte op de korte termijn mag als bekend worden veronderstelt.
Daarmee kan financieel gestuurde doorstroming gekwalificeerd worden als een ernstige inbreuk op het recht van mensen om hun leven op een bepaalde plek in te richten en daar te kunnen blijven bijdragen aan de samenleving.

Een ander doel is dat huurders met een hoog (midden)inkomen gaan bijdragen aan de betaalbaarheid van de huren van huurders met een laag inkomen. Dat heet nivellering. In de kern komt het erop neer dat de individuele huurder aan zijn buurman vraagt, ben jij bereid om een deel van mijn huur te betalen? Huren van lage inkomens compenseren via de inkomensafhankelijke huurverhogingen, kan naar onze mening geen legitiem doel zijn. De verdeling van inkomens moet gaan via belastingheffing en het toeslagenstelsel.

Tot slot draagt het bij aan de investeringsruimte voor woningcorporaties.

Last komt op schouders van een beperkte groep huurders

Deze drie doelen vormen een last die voor rekening komt van een beperkte groep huurders met een middeninkomen of een hoog inkomen. Ook met die huurders zijn ooit huurcontracten voor een bepaalde prijs afgesloten. Het was voor hen niet te voorzien dat positieve inkomenseffecten op enig moment ten goed zouden komen van de woningcorporaties.
Een huurverhoging in stappen van € 600,- of € 1200,- per jaar is een forse aanslag op het besteedbare inkomen zeker cumulatief over een meerdere jaren. In Amsterdam kunnen de huren van vele woningen volgens het woningwaarderingsstelsel met gemak een maximale huur boven de € 1000,- tot zelfs € 1300,- bedragen. Het is de vraag of zo’n ingreep nog proportioneel is.

Er zijn minder ingrijpende middelen

Er zijn bovendien minder ingrijpende middelen voorhanden waarmee hetzelfde doel bereikt kan worden. Het eerste middel waar de overheid direct op kan sturen is afschaffing van de verhuurderheffing. Dit verruimt onmiddellijk de investeringsruimte van woningcorporaties. De last daarvan komt niet bij een beperkte groep huurders terecht. En om de huren van huurders met lage inkomens te ontzien, kennen we een systeem van huurtoeslag.
Een beter middel om doorstroming van huurders te bevorderen, is huurders te verleiden naar een beter arrangement. Hier kunnen woningcorporaties zelf sturing aan geven door met aantrekkelijke woonconcepten te komen. Zo zijn er in Amsterdam bijvoorbeeld speciale regelingen voor ouderen om te verhuizen naar voor hen geschikte woningen. Die regelingen kunnen nog aanmerkelijk verbeterd worden waardoor ze aantrekkelijker worden om gebruik van te maken.

Er is een gebrek aan waarborgen

Arcade vindt dat een huurder door geen enkele systematiek van inkomensafhankelijke huurverhoging in de positie gebracht moet worden dat hij of zij de huur niet langer kan betalen en onvrijwillig de woning zou moeten opgeven. De terugvalregeling geeft volstrekt onvoldoende garanties.

Arcade hoopt dat we in onze reactie voldoende ingrediënten hebben aangedragen voor de regering om een onderzoek te starten naar de juridische houdbaarheid van haar voorstellen in relatie tot artikel 1 EP EVRM en artikel 8 EVRM. Daarbij moeten de argumenten van de vele reacties van partijen, die op de ongewenste effecten van het voorstel hebben gewezen ook betrokken worden. We sluiten ons ook aan bij de reactie van de 37 corporaties (Wooncompagnie, Stefan van Schaik c.s.) van het Pleidooi, die een belangrijk signaal afgeven dat de regering de verkeerde weg aan het inslaan is.

Van 1 juni 2019 tot 14 juli lag de ontwerp Huisvestingsverordening 2020 (HVV 2020) ter inzage. Deze gewijzigde Huisvestingsverordening stelt de gemeenteraad na de inspraakperiode en eventuele aanpassingen vast. Hierna gaat de Huisvestingsverordening per 1 januari 2020 gelden. Arcade heeft op drie onderdelen een zienswijze ingediend. We doen aanbevelingen over woningdelen, doorstroming naar middenhuurwoningen voor huurders van Lieven de Stad en de rechtsbescherming voor besluiten van het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) om complexen te erkennen als ‘gemengd wooncomplex’.

1 Omzettingsvergunning ten behoeve van kamergewijze verhuur

Arcade is blij met de voornemens om strengere eisen te stellen aan de omzettingsvergunning die kamergewijze verhuur van woningen mogelijk maakt. We kunnen ons vinden in het stellen van quota op wijk, buurt en complexniveau. Dat mag van ons nog wel iets strenger. Er zijn steden die quota van 10% hanteren. Het afsluiten van individuele contracten met huurders vinden wij ook een verbetering.

Leefbaarheid

Het stelt ons teleur dat de eisen voor geluidsisolatie vervallen voor woningen die worden omgezet naar drie onzelfstandige kamers.

De gemeente vindt de vaak gehorige Amsterdamse etagewoningen niet geschikt voor “uitbundig” toeristisch verblijf. Zeker niet gezien het vaak afwijkende dag- en nachtritme van toeristen. Arcade vindt deze woningen ook niet geschikt voor uitbundig gebruik door woningdelers, veelal jongeren. Hanteer daarom wel geluidsnormen voor woningen die omgezet worden naar drie onzelfstandige woonruimtes.

Daarnaast bevelen we de gemeente aan om de voorwaarde van goed verhuurderschap aan de vergunning te verbinden. Dit is in diverse gemeenten gebruikelijk. De verhuurder heeft namelijk belang bij het sturen op goed gedrag van de kamerbewoners. Koppel het intrekken van een vergunning dan ook aan de voorwaarde van goed verhuurderschap. Dat zal de leefbaarheid en de sociale cohesie op het niveau van een wijk, buurt, complex of trap ten goede komen.

Tijdelijke vergunningen

De omstandigheden waaronder de vergunning zou moeten vervallen, kan scherper. Als er sprake is van veel overlast door het gebruik, zou een vergunning ingetrokken moeten kunnen worden.

Het zou ook goed zijn om vergunningen voor een bepaalde tijd af te geven, bijvoorbeeld voor 5 jaar. Kijk na die periode of er aanleiding is om die woning weer beschikbaar te stellen ten behoeve van normale bewoning. Zo heeft de gemeente meer invloed op de ontwikkeling van de woningvoorraad en voor welke doeleinden die ingezet gaat worden.

Woningcorporaties en kamergewijze verhuur

Arcade vindt dat het in beginsel niet op de weg van woningcorporaties ligt om de schaarse woningvoorraad in te zetten voor kamergewijze verhuur.

2 Voorrang sociale huurders ten behoeve van doorstroming naar middeldure huurwoningen

Huishoudens die een sociale woning achterlaten voorrang geven op toegang tot middeldure huurwoningen zal naar verwachting een gunstig effect hebben op de doorstroming. Arcade voorziet dat sociale huurders van ‘Lieven de Stad BV’, de dochteronderneming van De Key, geen gebruik kunnen maken van deze regeling. Hierover heeft De Key steeds gezegd dat voor deze huurders hetzelfde beleid geldt als voor de sociale huurders van De Key. Maar als de huurders van Lieven de Stad hun woning opzeggen, komt die woning niet opnieuw beschikbaar voor sociale verhuur. Arcade roept op om ook huurders van een dochteronderneming van een woningcorporatie die willen doorstromen naar een middeldure huurwoning, expliciet onder deze regeling vallen.

3 Erkenning ‘gemengd wooncomplex’ en rechtsbescherming

Sinds 1 januari 2018 is in de huisvestingsverordening (HVV) het ‘gemengd wooncomplex’ opgenomen. Woningen in die complexen wijst De Key toe aan statushouders of starters. De Key selecteert starters op basis van motivatie. Zij zijn bereid ondersteunende activiteiten te verrichten voor de gemeenschap. In 2016 en 2017 zijn woningen in zo’n gemengd wooncomplex (Riekerhaven) op basis van de experimenteerregel toegewezen.

Risico’s

Selecteren van woningzoekenden op basis van motivatie brengt het risico van willekeur met zich mee. Er wordt voorrang gegeven aan huishoudens waarvan één of meerdere personen, naar het oordeel van burgemeester en wethouders aantoonbaar bereid zijn ondersteuning te bieden aan de in het complex wonende doelgroep. We missen een beleidskader hoe dat oordeel tot stand komt en hoe willekeur voorkomen wordt.

De vraag is in hoeverre het woningzoekenden intrinsiek motiveert om een bijdrage aan de gemeenschap te leveren of dat door de enorme druk op de sociale woningvoorraad iedere kans op woonruimte wordt gegrepen. Dat brengt het risico met zich mee dat steeds meer woningzoekenden slechts in aanmerking komen voor een sociale huurwoning als ze bereid zijn diensten te verlenen aan de gemeenschap. Dat betekent dat de woning verdiend moet worden door het leveren van een extra tegenprestatie. Alleen huur betalen is niet meer voldoende. Arcade vindt dat een ongewenste ontwikkeling. Dat mensen willen bijdragen aan de samenleving is vanzelfsprekend een goede zaak. Dat dient wel op vrijwillige basis te geschieden, niet onder druk van woningnood.

Selectie op motivatie brengt met zich mee dat degene die de beste kwalificaties heeft en/of die kwalificaties het beste weet te verkopen, daarvoor beloond wordt met woonruimte. Dit verdringt de minder gekwalificeerde woningzoekenden. Terwijl de Huisvestingsverordening juist bedoeld is om op basis van objectieve criteria woningen toe te wijzen aan woningzoekenden.

Plannen van De Key in bestaande wooncomplexen

Woonstichting De Key wil het ‘gemengd wooncomplex’ concept niet alleen gebruiken voor de startblokken Riekerhaven en Elzenhagen. Dat zijn startblokken waarin statushouders en starters gemengd wonen. Dit concept wil De Key ook in bestaande complexen toepassen. Het geeft De Key de mogelijkheid om op motivatie en inschrijfduur te selecteren. Hierover is Arcade in maart 2018 geïnformeerd door De Key. Daarop heeft Arcade negatief geadviseerd wegens onvoldoende informatie van de zijde van De Key.

Arcade heeft De Key gevraagd hoe dit wordt vormgegeven. De Key geeft aan dat het in ieder bestaand complex en situatie weer anders kan zijn. Dit riep bij Arcade een groot aantal vragen op die tot op heden onbeantwoord zijn gebleven.

Rechtsbescherming

De procedure waarop corporaties de status van ‘gemengd wooncomplex’ kunnen verkrijgen, lijkt in geen enkele rechtsbescherming te voorzien in de zin van bezwaar en beroep.

Een ‘gemengd wooncomplex’ is “een gebouw dat door burgemeester en wethouders na overleg met de eigenaar is erkend als gemengd wooncomplex en bestaat uit meerdere woonruimten welke gedeeltelijk bestemd zijn voor personen uit een door burgemeester en wethouders aangewezen doelgroep en deels voor personen die de bewoners uit die doelgroep willen ondersteunen.

Arcade wil graag opheldering over de volgende punten:

  • Evaluatie van het experiment ‘gemengd wooncomplex’.

De Huisvestingsverordening 2018 stelt namelijk een aantal voorwaarden waaronder een corporatie een experiment kan opzetten. Eén van die voorwaarden is een evaluatie van het experiment.

  • Een beleidskader aan welke voorwaarden de eigenaar moet voldoen om voor een complex erkenning te krijgen als ‘gemengd wooncomplex’.
  • Een aanvraagprocedure voor de eigenaren die een complex ‘erkend’ willen hebben als ‘gemengd wooncomplex’.
  • Gepubliceerde besluiten waarin eigenaren voor bepaalde complexen de status van ‘gemengd wooncomplex’ hebben verkregen.

We pleiten voor regelgeving waarbij belanghebbenden rechtsbescherming kunnen inroepen tegen besluiten met betrekking tot de erkenning van ‘gemengde wooncomplexen’. Nu lijkt zulke rechtsbescherming te ontbreken.

De Key heeft plannen om dit woonconcept ook uit te rollen bij bestaande wooncomplexen. Daarom vragen wij de gemeente om regels (en beleidskaders) op te stellen. Regels waardoor corporaties aanvragen kunnen doen voor erkenning van ‘gemengde wooncomplexen’ die tevens in rechtsbescherming voor belanghebbenden voorzien.