De Leeuwenwerf

Gepubliceerd op: 14 juni 2026

Wat voorafging:

Ik had een kamertje gehuurd in het appartement van een alcoholische paranoïde schrijver die  vanuit het ziekenhuis dreigde om onderwereldfiguren naar me toe te sturen als ik in zijn afwezigheid iets van plan mocht zijn. Ik had maar één  plan: zo snel mogelijk een andere woning vinden.

 Na me ingeschreven te hebben bij alle Amsterdamse woningbouwverenigingen kwam de bevrijdende tip van een vriend.  Lieven de Key had een aantal starterswoningen in de aanbieding. Ik was er op tijd bij, een telefoontje was genoeg. Per direct kon ik een éénkamerwoning op de begane grond aan de Leeuwenwerf betrekken. Nu was het zaak om zonder kleerscheuren het nu echt onveilig geworden appartement aan de Hoofdweg te verlaten.

De Leeuwenwerf

Ik legde me erbij neer dat ik naar de borg kon fluiten. Het enige dat me bezighield was: “Hoe kom ik zo snel mogelijk weg hier.” Hoe ongeloofwaardig de schrijver/fantast ook overkwam, alleen al het idee van een ongewenst onderwereldbezoek was genoeg om geen dag langer te willen blijven.

Dezelfde vriend die twee maanden eerder mijn dozen de trap op naar de dode bladeren had mee helpen tillen liep er nu zuchtend en steunend weer mee naar beneden. ‘Ik hoop dat je voorlopig blijft zitten waar je zit. Ik ga geen papier meer verplaatsen.” Gelukkig voor hem hoefde hij in de nieuwe locatie geen trap meer op.

De Leeuwenwerf is een langgerekte overdekte galerij bestaande uit een serie éénkamerwoningen op de begane grond. De galerij is gelegen aan de binnenkant van een geheel nieuwgebouwd wooncomplex, dat was neergezet in de gesloopte volkswijk Kattenburg. De voordeur komt direct uit in de kamer van ongeveer vijf bij zeven vierkante meter. Er was een aparte uitsparing rechtsachter waarin een keukenblok was geplaatst. Een deur linksachter gaf toegang tot de doucheruimte. Het eerste wat me opviel was het permanente geluid van een ventilatiekanaal, dat ik ‘de steppenwind’ noemde.

De eerste dagen bracht ik, omringd door mijn onuitgepakte dozen, door op een betonnen vloer. Zo snel wilde ik weg van het hok bij de schrijver/fantast dat ik er niet eens aan had gedacht om voor de verhuizing vloerbedekking aan te leggen in de nieuwe woning.

Toen na twee weken kamperen in m’n eigen huis de tapijtleggers kwamen moest ik, om ze ruimte te geven, mijn inboedel buiten op het terras plaatsen.  Met verbazing keek ik naar de snelheid en het vakmanschap waarmee ze de rol karpet op het oog op maat sneden en precies passend vanuit de hoeken uitlegden.

Toen ze klaar waren en met hun busje naar een nieuwe klant waren vertrokken, bracht ik de dozen en stoelen nog niet direct naar binnen. Vanuit de ingang staarde ik in de lege ruimte met het grijswit, op een nog onverklaard gebleven reden door de vloerketen ‘Mexico’ genaamde kamerbrede tapijt. Zo voelt het dus. Een eerste echt eigen woning. Dit moment werd even daarna nog overtroffen door de aansluiting van een op mijn eigen naam gestelde telefoon. In lichte trance heb ik een tijdje naar het toestel zitten kijken af en toe de hoorn van de haak nemend om de toon te horen.

Blijkbaar woonden een aantal ex-Kattenburgers in de nieuwbouw. Een aantal meerkamerwoningen in de verdiepingen boven de galerij waren aan vroegere bewoners van de volkswijk toegewezen. Ik kwam daarachter toen ik een vuilniszak buiten had gezet om hem diezelfde dag naar de container te brengen. Even later hoorde ik luid geschreeuw. Ik keek door het raam naar de binnenplaats. Daar stond een grote man met een bol rood hoofd met een geopende vuilniszak in een hand en een verkreukeld stuk papier in de andere. Hij keek naar de hogergelegen woningen, de vuilniszak en het vel papier als bewijsstukken ophoudend. “Ik heb de boosdoener gevonden hoor. Hier zit ie!”, gebarend naar mijn woning. Hij had in de vuilniszak zitten graaien totdat hij een envelop met een adres had gevonden.

Het bleek al snel dat ook de eenkamerwoningen op de begane grond bewoond werden door wat bijzondere andere personen. Ik kreeg al snel bezoek van een vrouw van twee deuren verderop, die me een folder over Jezus gaf. Daarna vond ik geregeld een audiocassette met stichtelijke teksten op de deurmat onder de brievenbus. Toen ik haar naambordje zag twijfelde ik tussen twee tegeltjes waarheden: ‘What’s in a Name?’ of ‘Nomen est Omen’. Het stond er echt: ‘Mevr. Christenhuis.’ Wat voor ervaringen mij hier zouden wachten in deze had ik in de verste verte niet zien aankomen.

Alfons Roebroek