Na de Tweede Kamerverkiezingen 2021: wat willen de winnaars doen voor de huurders?

Om maar meteen met het slechte nieuws in huis te vallen: de winnaars van de laatste Tweede Kamerverkiezingen gaan weinig doen om de positie van huurders te verbeteren. Vooral Amsterdamse sociale huurders zullen hiervan de wrange vruchten plukken. De onderstaande informatie is gebaseerd op de verkiezingsprogramma’s van de winnende partijen. Dit is wat elke partij graag wil. Wat eventuele coalitiepartijen met elkaar afspreken over de huursector is nu (begin april) nog niet bekend, zeker niet na het lastige debat over de vertrouwenspositie van premier Mark Rutte.

Kasja Ollongren (D66), demissionair minister van Binnenlandse Zaken, op campagne om mensen naar de stembus te lokken, maart 2021.

VVD (34 zetels): huren wordt duurder
De VVD wil voortzetting van de hoge belasting op sociale huur ( de zogenaamde ‘verhuurderheffing’) en wil deze zelfs hoger maken, waardoor de huren naar verwachting (fors) zullen stijgen na de coronacrisis. De VVD wil bovendien hard bezuinigen op de huurtoeslag en op uitkeringen. Ook wil de VVD sociale huurders met iets meer inkomen een ‘marktconforme’ hoge huur laten betalen vanuit het idee dat ze dan wel zullen verhuizen naar een duurdere huurwoning of een koophuis. Als woningeigenaar kom je dan in aanmerking voor meer financiële steun van de overheid (hypotheekrenteaftrek). Tot slot wil de VVD dat woningcorporaties meer sociale huurwoningen gaan verkopen.

D66 (24 zetels): huurtoeslag afschaffen en vertrouwen op vrije markt
D66 wil helemaal af van de huurtoeslag en wil net als de VVD sociale huurders met iets meer inkomen een ‘marktconforme’ hoge huur laten betalen, al binnen twee jaar nadat het inkomen is gestegen. Huurders die financieel in de knel komen, zowel in de sociale als in de vrije sector, wil D66 helpen met een belastingkorting waarvoor het huidige belastingsysteem wel eerst op de schop moet. Deze belastingkorting wordt niet berekend op basis van de huurprijs maar op basis van het aantal personen in een huishouden. D66 wil daarnaast mogelijkheden onderzoeken voor woningdelen en inwonen. Verder vertrouwt D66 op de marktwerking.

Volt (3 zetels): veel flex voor jonge expats
Volt is tegen het reguleren van huurprijzen in de vrije sector (de andere partijen beweren juist wél iets minder ‘wild west’ van huisjesmelkers te willen). Volt is daarnaast voor meer flexibilisering (tijdelijke contracten) in de huursector voor internationale studenten en kenniswerkers.

FvD: huizen afpakken en vrije huurprijzen

Forum voor Democratie, die waarschijnlijk niet gaat deelnemen aan een nieuwe regering, wil vluchtelingen terugsturen naar hun land van herkomst om op die manier sociale huurwoningen vrij te maken voor mensen met een Nederlands paspoort. Verhuurders mogen volgens de partij zelf weten welke huurprijs zij vragen.

JA21 (3 zetels): liever kopen dan huren
JA21 wil een inkomensafhankelijke huur maar wel met iets meer woonzekerheid, dus met meer vaste huurcontracten. Net als FvD wil JA21 vluchtelingen weren uit sociale huurwoningen. JA21 wil meer geld investeren in woningeigenaren dan in huurders.

BIJ1 (1 zetel): huren omlaag en meer huurzekerheid
BIJ1, met één zetel nieuw in de Tweede Kamer, vindt dat wonen nooit over winst mag gaan. De huurprijs moet afhangen van de kwaliteit van een woning en niet van de marktwaarde van het vastgoed. BIJ1 wil af van flexibilisering en wil veel meer huurbescherming: tijdelijke contracten worden de uitzondering, vaste contracten de regel. BIJ1 wil huurverhogingen sterk aan banden leggen. Ook wil BIJ1 een speciale huurcategorie voor zeer kwetsbare huurders, die dan een maximum huurprijs van 350 euro per maand betalen.

CDA (15 zetels): huren voor middeninkomens

Het CDA, geen winnaar van de verkiezingen maar wel een mogelijke coalitiepartner, is voor meer eigenwoningbezit en wil dat woningcorporaties sociale huurwoningen gaan verkopen aan zittende huurders. Het CDA wil dat er meer huurwoningen komen voor mensen met een middeninkomen en heeft het ambitieuze plan om 1 miljoen huizen te bouwen (‘of een hele nieuwe stad’) om daarmee de woningnood aan te pakken.

CU (5 zetels): minder marktwerking
De CU, ook geen winnaar van de verkiezingen maar heel misschien coalitiepartner, wil flink investeren in woonstarters. Net als D66 wil de CU een belastingkorting in plaats van huurtoeslag, maar is daarin ruimhartig voor mensen met een kleine portemonnee. De CU wil meer betaalbare huurwoningen en strengere regels om huisjesmelkers aan te pakken. De CU wil woningcorporaties beter ondersteunen door ze niet langer op te leggen volgens marktprincipes te werken.

Een nieuwe regering
De politieke partijen die waarschijnlijk de nieuwe regering gaan vormen hebben tijdens de campagne aangegeven geen rol te zien voor een minister voor Wonen en Volkshuisvesting (VVD), of niet bereid te zijn zo’n minister meer macht te geven dan lagere overheden en vastgoedinvesteerders (CDA, D66). Het blijft ‘ieder voor zichzelf’ tussen de gemeentes en projectontwikkelaars met winstoogmerk. Begin maart 2021 gingen VVD, D66, CDA, PVV, CU en DENK bovendien akkoord over een wetswijziging die meer ruimte biedt aan tijdelijke huurcontracten, wat vooral gunstig is voor verhuurders die huurverhoging als verdienmodel hanteren. Ook moeten huurders met een tijdelijk contract verplicht minimaal een bepaalde periode (tot wel een jaar) in het huis blijven wonen, zelfs als zij in aanmerking komen voor een beter huis met een vast huurcontract.

En de huurder?
Tja, zoals aan het begin gezegd: veel goed nieuws valt er niet te melden voor de huurder. De uitslag van deze verkiezingen, welke regering er ook komt, zal de positie van de huurder en de betaalbaarheid van huren niet verbeteren in de komende jaren. Als huurder is het daarom verstandig om bij de les te blijven én om lid te worden van een huurdersorganisatie zoals Arcade, die kan ondersteunen bij problemen én zaken aankaart bij beleidsmakers en de politiek. Trek meteen aan de bel (ook bij je buren) als er achterstallig onderhoud is en je op grond daarvan huurverlaging zou kunnen eisen. Trek meteen aan de bel als je de huur niet meer kunt betalen. Trek meteen aan de bel als je huurcontract niet wordt verlengd en je geen uitzicht (of recht) hebt op een andere betaalbare woning. Hoe meer huurders aan de bel trekken, hoe groter de kans dat er na de volgende verkiezingen misschien wél wat voor huurders wordt gedaan.